Afwerking – Na het afdrukken
- Stansen
- Dit materiaal kan worden gestanst in verschillende hoeveelheden, afhankelijk van de dikte.
TIP – Maak de vasthoudingspunten zo klein mogelijk en alle binnenhoeken moeten in een ronde straal liggen. Raadpleeg www.zund.com om een interne snijmachine te bekijken die wordt vervaardigd door het bedrijf Zund. Dit apparaat wordt geprogrammeerd om automatisch vormen te snijden.
- Ponsen
- Alle dikten kunnen worden geponst om gaten in verschillende vormen te maken. Ronde gaten worden echter aanbevolen.
- Perforeren
- Dunnere vellen kunnen worden geperforeerd met een perforatiewiel maar dikkere vellen moeten worden geperforeerd met een stansmachine.
TIP – De insnijdingen van de perforaties moeten lang zijn en er moet weinig ruimte tussen de insnijdingen zijn
TIP – Perforatie moet direct aan de rand van het vel plaatsvinden
- Voorboren
- Kan worden uitgevoerd met een holle boor op hoge snelheid. De boor moet worden gesmeerd om de wrijving (en dus ook de warmteontwikkeling) te verminderen.
TIP – Houd de stilstandtijden kort
- Bijsnijden
- Alle dikten kunnen worden bijgesneden met een snijmachine. Vellen mogen pas na het afdrukken worden bijgesneden.
- Vouwen
- Het materiaal kan worden gevouwen met een vouwmachine, maar het kan niet geheel plat worden gevouwen – meer als een 'V'-vorm.
- Een rillijn maken
- Het wordt afgeraden om een rillijn te maken in het vel aangezien u hiermee het oppervlak kunt verzwakken en het begin van een scheur kunt vormen.
- Vernissen
- Het vernissen van het afgedrukte polyester materiaal zorgt voor een glanzende afwerking en extra bescherming van de afdruk.
- Lamineren
- Lamineren kan nodig zijn om een extra dik product (bijvoorbeeld een creditcard) af te werken.
Het kan ook nodig zijn om het afgedrukte polyestermateriaal te lamineren wanneer het voortdurend door vingers wordt aangeraakt (bijvoorbeeld toetsenborden).